Byzantijns is zalf voor de ziel

Uit de krant: TC Tubantia ,15 oktober 2015, door Ton Fiselier

Zondag verwarmt het Martinikoor uit Losser de deelnemers aan de Twentsche Cultuurtocht met Byzantijnse klanken. Frans Keur is een van de enthousiaste leden die vol overgave meezingt.

Wekelijks schaaft het Martinikoor onder leiding van Paul Kempers aan het repertoire dat zich uitstrekt van byzantijns tot barbershop en wat daar zoals tussen in zit. Die diversiteit is heel belangrijk voor Frans Keur “Je moet als koor de uitdaging blijven opzoeken. Daarom is ons repertoire vrij uitgebreid en worden er regelmatig nieuwe stukken ingestudeerd. Dat houdt voor het voor iedereen interessant. Daarnaast is het mooi om te ontdekken dat we van alles kunnen. Het Martinikoor kan met sacrale muziek een kerkdienst opluisteren maar zingen net zo gemakkelijk populaire muziek op een vrolijk feest.”
Ondanks de grote verscheidenheid aan muzikale genres heeft Frans Keur een duidelijke voorkeur: Byzantijnse koormuziek. “Alle koorleden vinden de Byzantijnse liederen die we zingen mooi. Het is rustige en statige muziek, waarvan de klank tegelijkertijd gevuld is met emotie. De harmonieën ropen bij mij vaak een spirituele stemming op, een soort hemelse sfeer. Een bijzondere ervaring, met name als je merkt dat de mensen in het publiek die ervaring delen. Muziek is communicatie, tussen de koorleden maar ook tussen het koor en publiek. Soms merk je, wanneer je met haart en ziel staat te zingen, dat de energie vanuit de zaal terugkomt. Dat zijn de momenten war je het voor doet.”
Keur is nog niet heel lang lid van het Martinikoor. “Er wonen vier andere Martinileden bij mij in de straat. Elke keer werd me weer gevraagd om toch bij het koor te komen, maar ik wilde liever wachten tot na mijn pensioen. Ik ben nu een aantal jaren lid, maar ik heb achteraf wel spijt van dat ik de stap niet eerder heb gezet. Het is een prachtige bezigheid en het Martinikoor is veel meer dan zomaar een zangclubje. We zijn een groep jongens die het gezellig heeft, op elkaar let en de schoonheid van de muziek intens met elkaar deelt. We treden ook vrij vaak op, zo’n dertien á veertien keer per jaar. Want je wilt natuurlijk wel laten horen wat je kunt als koor.”